
Diagnose
Hoe wordt COPD gediagnosticeerd?
Om COPD te diagnosticeren, zal uw arts uw symptomen en uw medische geschiedenis onderzoeken en een aantal aanvullende tests uitvoeren. Deze zullen u helpen begrijpen hoe uw longen werken en andere mogelijke oorzaken van uw symptomen uitsluiten.
1 Functioneel ademhalingsonderzoek (EFR) — Spirometrie
U wordt gevraagd om in een speciaal apparaat te blazen. Dit meet hoeveel lucht u kunt uitademen, en hoe snel. Het geeft aan of uw luchtwegen vernauwd zijn en kan de aanwezigheid van COPD bevestigen.
De test is eenvoudig, niet-invasief en duurt slechts enkele minuten.
2 Röntgenfoto van de borst of CT-scan
Met deze beelden kunnen we de structuur van uw longen onderzoeken.
Een röntgenfoto kan tekenen van longschade of andere problemen, zoals een infectie, aan het licht brengen. Een CT-scan geeft een gedetailleerder beeld en kan bijvoorbeeld emfyseem aantonen, een veel voorkomende vorm van COPD.
3 Bloedanalyse
Deze analyse kan worden uitgevoerd om uw zuurstofniveau te controleren, andere ziekten zoals bloedarmoede uit te sluiten of infecties op te sporen.
4 Meting van zuurstof in het bloed (saturatie of arterieel bloedgas)
Een kleine sensor op de vinger (saturatiemeter) meet het zuurstofgehalte in het bloed.
Soms wordt ook een kleine hoeveelheid bloed uit de pols afgenomen (arterieel bloedgas) om meer gedetailleerde informatie over het zuurstof- en kooldioxidegehalte te verkrijgen.
Al deze tests maken het mogelijk een nauwkeurige diagnose te stellen om de ernst van de longschade te beoordelen en een passend therapeutisch beleid te begeleiden.

